Nederlands vluchtelingenbeleid



Erkenning
Een asielzoeker die in Nederland bescherming vraagt moet aan een aantal voorwaarden voldoen om als vluchteling erkend te worden. De belangrijkste voorwaarde is dat hij of zij gevlucht is uit een ´onveilig´ land of gebied. Is het land of gebied van herkomst veilig verklaard dan moet hij of zij in principe terug tenzij er persoonlijke omstandigheden zijn waardoor de asielzoeker in zijn land gevaar loopt.

De Nederlandse regering bepaalt welke landen veilig zijn. Hiervoor is sinds 1995 een regeling van kracht. Uiteraard wordt deze regeling regelmatig bijgesteld.

Dublinclaimanten
Er zijn ook de zogenaamde Dublinclaimanten. Dit zijn vluchtelingen van wie het asielverzoek in een ander land behandeld moet worden omdat hij of zij daar als eerste Europa is binnengekomen. Er is hiervoor een akkoord gesloten in Dublin, vandaar de naam. Tot de overdracht aan het andere land moet de vluchteling in Nederland blijven.

Koppelingswet
In juli 1998 werd de zogenaamde Koppelingswet van kracht. Hierdoor zijn de mogelijkheden voor illegalen in Nederland behoorlijk ingeperkt. Door deze wet komen mensen zonder verblijfsvergunning niet meer in aanmerking voor collectieve voorzieningen zoals uitkering en huisvesting. Daarnaast komen deze mensen ook niet in aanmerking voor vergoeding van medische kosten. Dit is in tegenspraak met de grondwet waarin staat dat zij wel degelijk recht hebben op gezondheidszorg. Daarom is na de inwerkingtreding van de Koppelingswet een zogenaamd Koppelingsfonds ingesteld. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat noodzakelijke medische zorg wel wordt gegeven. Voor de uitvoering hiervan is sinds januari 2009 het College voor Zorgverzekeringen verantwoordelijk. Op www.cvz.nl is hierover meer informatie te vinden.
Op landelijk niveau is de Stichting Koppeling voor de uitvoering verantwoordelijk.

Vreemdelingenwet
In de Vreemdelingenwet zijn regels opgenomen voor de behandeling van aanvragen van een verblijfsvergunning. De uitvoering is in handen van de IND, de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

In 2001 is er een nieuwe Vreemdelingenwet van kracht geworden. Deze wet zal naar verwachting in 2012 worden vervangen door de Wet Modern Migratiebeleid.

Vluchtelingen die in Nederland asiel willen aanvragen moeten daarvoor naar een aanmeldcentrum. Voor vluchtelingen die op Schiphol aankomen is er daar terplekke een centrum ingericht. Andere vluchtelingen worden verwezen naar een centrum in Ter Apel.

In het aanmeldcentrum dient de vluchteling een asielaanvraag in. De IND voert dan met de vluchteling een beoordelingsgesprek. Dit beoordelingsgesprek wordt officieel het ‘eerste gehoor’ genoemd. De IND moet binnen 48 werkuren na het gesprek laten weten of verder onderzoek nodig is of dat het verzoek kansloos is. In het laatste geval mag de vluchteling in beroep gaan maar mag hij of zij in principe de uitspraak niet in Nederland afwachten. Om de uitspraak in Nederland te mogen afwachten is toestemming nodig van de rechter via een zogenaamde ‘voorlopige voorziening’.

In de praktijk bleken de 48 uren een te korte periode te zijn. Door tijdgebrek werden dan ook vaak ten nadele van de vluchteling overhaaste of onjuiste beslissingen genomen. In 2007 is bij het aantreden van een nieuwe regering afgesproken dat de periode verruimd zal worden. Momenteel wordt er hard aan gewerkt om die afspraak in een nieuwe wet vast te leggen.