Doelgroepen STUV



Inleiding

STUV ondersteunt vluchtelingen die een grote binding hebben met de stad Leiden. Bij aanmelding wordt eerst onderzocht of aan deze voorwaarde wordt voldaan, door bijvoorbeeld te vragen naar verblijfplaats en kennis van de stad.

Zodra duidelijk is dat een vluchteling daadwerkelijk een binding met Leiden heeft, wordt bepaald wat STUV concreet kan betekenen.

STUV onderscheidt twee doelgroepen:

– Klanten met perspectief

– Klanten voor Bed, Bad & Brood Opvan

Cliënten  met perspectief

Wanneer een vluchteling zich meldt bij STUV, worden de juridische mogelijkheden beoordeeld. Wanneer een vluchteling is ‘uitgeprocedeerd’ hoeft dit namelijk nog niet te bekenenen, dat iemand geen perspectief meer heeft. Wanneer STUV van mening is, dat een vluchteling alsnog een reële kans heeft op een verblijf in Nederland, in een ander land of op een succesvolle terugkeer naar het land van herkomst, spreken we van een klant met perspectief.

 

‘Uitgeprocedeerd’

Wie in Nederland asiel aanvraagt, wordt opgevangen in een asielzoekercentrum (AZC). Voor deze opvang is het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) verantwoordelijk. Vluchtelingen mogen in een asielzoekersscentrum verblijven zolang hun asielaanvraagprocedure loopt.

Bij een asielaanvraag wordt beoordeeld of de vluchteling gevaar loopt in het land van herkomst en of er op die grond wel/geen (tijdelijke) verblijfsvergunning kan worden toegekend.

Is dit oordeel negatief, dan wordt de asielaanvraag afgewezen en is de vluchteling ‘uitgeprocedeerd’. Een vluchteling heeft vanaf dat moment geen recht meer op opvang door het COA of enige andere regeling van het Rijk.

 

‘Toch perspectief’

Het is mogelijk dat een vluchteling op andere, vaak meer persoonlijke, gronden alsnog kans heeft om (al dan niet tijdelijk) in Nederland te mogen verblijven. Denk hierbij aan gronden als:

– het verblijf van een partner of kind in Nederland,

– de medische situatie van de vluchteling

– het feit dat het de vluchteling niet te verwijten valt dat hij niet terugkeert, bijvoorbeeld omdat vaststaat dat de ambassade van het land van herkomst structureel weigert mee te werken: de zogenoemde buitenschuldprecedure.

– het, zonder eigen toedoen, onstaan van een zeer schrijnende situatie.

 

Een vluchteling kan, op een van deze gronden, een zogeheten reguliere procedure voor verblijf in Nederland starten.

Daarnaast kan het voorkomen dat de situatie in het land van herkomst dusdanig veranderd is, dat een hernieuwde asielaanvraag reële kans van slagen heeft.

Tenslotte zijn er ook uitgeprocedeerde vluchtelingen die wel naar het land van herkomst of naar een ander land willen gaan, maar waarbij dit proces moeizaam of complex is. Men moet bijvoorbeeld eerst aan bepaalde documenten zien te komen of is in afwachting van toestemming van een doorreisland. Ook voor deze vluchtelingen geldt, dat zij geen recht hebben op opvang in een AZC of op andere Rijksregelingen en dus zijn aangewezen op organisaties zoals STUV.

 

Cliënten voor Bed Bad & Brood opvang

Uitgeprocedeerde vluchtelingen (de zgn ‘ongedocumenteerden’) die geen reëel zicht hebben op een verblijfsstatus in Nederland of elders noch op een succesvolle terugkeer naar het land van herkomst, vielen voorheen buiten de doelgroep van STUV. Echter, in de zomer van 2015 heeft de Gemeente Leiden besloten deze ongedocumenteerden opvang te bieden in het kader van Bed, Bad en Brood. STUV heeft deze taak op zich genomen om twee redenen:

  1. STUV is bekend met de problemen van deze mensen en is met name goed ingevoerd op het juridische vlak.
  2. Perspectief op een status en geheel uitgeprocedeerd geraken zijn processen die vaak in elkaar overlopen. Ook om die reden bleek onderbrengen bij één organisatie voor de hand liggend.

 

De gemeente stelt hiervoor een pand beschikbaar waarin maximaal 40 vluchtelingen tijdelijk Bed Bad & Brood opvang kunnen krijgen.

 

20161025